4 Spoor

interview

Conrad: “Ingenieurs bouwen de toekomst” door Femke Deen

Wereldberoemd spoorwegingenieur over zijn pionierswerk

p.rkd---IB01002207-2-bewerkt

Frederik Willem Conrad, 1860

Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Hij wordt wel de vader van het Nederlandse spoorwegnet genoemd. Zijn spoorbruggen stonden in 1851 op de wereldtentoonstelling te Londen. Maar de wereldberoemde ingenieur Frederik Willem Conrad heeft nog veel meer noten op zijn zang. Een gesprek over het moderne ingenieurschap, de onderkoning van Egypte en vrolijke versjes.

U bent een telg uit een Waterstaat-dynastie. Uw vader, twee broers en een neef waren en zijn ingenieurs bij de Waterstaat. Uzelf bent ook begonnen bij Waterstaat. Hoe kwam u bij de spoorwegen terecht?

Zoals dat gaat, hè. Ik ben gevraagd. Ze zaten destijds, we spreken 1839, nogal met hun handen in het haar bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. De ingenieur die verantwoordelijk was voor de aanleg van de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem is met ruzie weggegaan. Ik zal verder niet ingaan op de details, dat vind ik niet netjes. In eerste instantie zou ik een paar maanden bijspringen, maar dat werden uiteindelijk bijna twintig jaar, haha! Ze waren blijkbaar tevreden over mijn werk.

p.142---Opening-spoorweg-Adam---Haarlem-1839

Opening spoorweg Amsterdam-Haarlem, 1839

Bron: Spoorwegmuseum

U wordt ook wel een pionier genoemd vanwege uw werk aan de uitbreiding van die spoorlijn, de eerste lijn tussen Amsterdam en Rotterdam, die uiteindelijk in 1847 gereedkwam.

Ach, het was de eerste spoorlijn in Nederland, dan ben je al snel een pionier. Maar het was wel een uitdaging, en dat is nog zacht uitgedrukt. Nederland heeft veel verschillende soorten grond, en de een is beter geschikt voor het aanleggen van een spoorweg dan de ander. Daarnaast speelden er allerlei logistieke problemen. Als er geen probleem was met de leverancier van de locomotieven, dan was er wel vertraging in de levering van de rails.

Met welke uitdagingen kreeg u nog meer te maken?

Een lastige zaak was het opkopen van de grond waarover de spoorlijn moest lopen. Ik weet nog dat een eigenaar van een nabijgelegen eendenkooi bezorgd was over het lawaai van de passerende treinen. Ik heb een speciale geluidswal moeten ontwerpen om hem tevreden te houden. En dan de kasteelheer van kasteel Duivenvoorde: die wilde wel een deel van zijn grond afstaan, maar hij wilde niet hoeven stoppen voor de trein als hij zijn landgoed betrad of verliet. Dus stopte de trein voor hem. Dolkomisch eigenlijk, als je erover nadenkt.

Wie had vijftig jaar geleden kunnen bedenken dat er grote ijzeren voertuigen door Nederland zouden denderen met een duizelingwekkende snelheid van wel 40 kilometer per uur?! En dat er een kanaal zou worden gegraven rechtstreeks naar de Noordzee, waardoor de scheepvaart niet meer via de Zuiderzee hoeft te lopen?

Frederik Willem Conrad
p.1900---Spoorbrug-over-de-Delftse-Trekvaart

Spoorbrug over de Delftse Trekvaart bij Den Haag, 1845

Bron: Spoorwegmuseum Utrecht

Dat klinkt als een hoop geregel met al die partijen. U staat zelf vooral bekend om uw bruggen. Houten schaalmodellen van uw creaties stonden zelfs tijdens de wereldtentoonstelling van 1851 tentoongesteld in het Crystal Palace in Londen. Dat moet een grote eer zijn geweest.

Jazeker. Ik ben er zelf geweest om ze te demonstreren. Niet allemaal, natuurlijk, want alleen al voor de lijn Rotterdam-Amsterdam ontwierp ik maar liefst 98 verschillende spoorbruggen. Zoals u weet is ons land nogal waterig en over al die rivieren en kanalen moesten spoorlijnen worden aangelegd. En dat natuurlijk zonder de scheepvaart te hinderen! Mijn draaibruggen konden op de meeste bijval rekenen bij het publiek, die spraken nogal tot de verbeelding. Maar zelf ben ik het trotst op de kraanbruggen die ik heb ontworpen waardoor het spoor laag boven het water kan worden aangelegd. Mijn vakbroeders zijn te spreken over de rol- en vijzelbruggen. Voor deze bruggen bedacht ik een manier om palen onder water af te zagen. Maar excuseert u mij, ik word misschien te technisch.

v.024-conrad

Nou, laten we ingaan op die vakbroeders. In 1847 richtte u het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs op. Wat was de gedachte achter dit instituut?

We hebben het idee afgekeken van onze Engelse vakbroeders die zich hadden georganiseerd in het Institution of Civil Engineers, waarvan ik overigens erelid ben. Zoiets moest ook in Nederland komen. Dat vond niet alleen ik maar ook mijn medeoprichters Kun en Simons. Ziet u, ingenieurs bouwen de toekomst. En alleen door onze krachten te bundelen is het mogelijk de wetenschap en de kunst van de ingenieurs te bevorderen. Intussen is wel duidelijk geworden dat wij een belangrijke bijdrage leveren aan de vooruitgang. Daar past een professionele organisatie bij. Wie had vijftig jaar geleden kunnen bedenken dat er grote ijzeren voertuigen door Nederland zouden denderen met een duizelingwekkende snelheid van wel 40 kilometer per uur?! En dat er een kanaal zou worden gegraven rechtstreeks naar de Noordzee, waardoor de scheepvaart niet meer via de Zuiderzee hoeft te lopen?

De vooruitgang moet je niet willen tegenhouden

Frederik Willem Conrad

Niemand natuurlijk. Na twintig jaar bij het spoor bent u in 1858 weer teruggekeerd naar 's Rijks Waterstaat. Was dat een moeilijke keuze?

Niet echt. De waterbouwkunde is altijd een grote liefde van mij geweest. Waterstaat beloofde me voordat ik vertrok dat ik terug mocht komen wanneer ik maar wilde. Ik ben me trouwens altijd bezig blijven houden met het natte ingenieurswezen. Het is een grote eer dat ik uiteindelijk dezelfde positie mocht bekleden als mijn vader: hoofdinspecteur.

p.rkd---0000273262-2---bewerkt

Frederik Willem Conrad, 1853

Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

U sprak zich uit voor het graven van een kanaal in ‘Holland op zijn smalst’. Die maakt Het Noordhollandsch Kanaal, dat via Den Helder loopt, overbodig. Aan dit kanaal heeft u zelf nog meegewerkt. Heeft dat invloed gehad op uw oordeel?

Luister eens, als ingenieurs baseren we ons op de laatste wetenschappelijke inzichten. Destijds dachten we dat het Noordhollandsch Kanaal de beste optie was, nu weten we dat een veel korter kanaal van Amsterdam door het smalste deel van Holland naar de Noordzee technisch ook mogelijk is. De vooruitgang moet je niet willen tegenhouden.

U bent door de onderkoning van Egypte benoemd tot president van de commissie die verantwoordelijk is voor het graven van het Suez-kanaal.

Ach ja, de onderkoning van Egypte, een zeer achtenswaardig man. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat mijn talenkennis meespeelde bij deze benoeming. Naast Nederlands en Engels spreek ik ook veel andere talen. Dat is wel zo handig in een internationale commissie als deze. Het Suez-kanaal wordt as we speak gegraven, een prestatie van formaat. Ik ben zeer, zeer trots dat ik aan dit vooruitstrevende project mijn steentje heb mogen bijdragen. Volgend jaar is de officiële opening, en daar ben ik ook voor uitgenodigd.. Mijn artsen raden me af te reizen vanwege mijn zwakke gezondheid, maar dit wil ik niet missen.

Ik begrijp dat u in uw vrije tijd gedichten en verzen schrijft.

Dat klopt, hoewel ik daar tegenwoordig niet zoveel tijd meer voor heb. Vooral in mijn jongere jaren heb ik een aantal verzen gepubliceerd. Het zijn overigens meestal vrolijke en satirische stukjes hoor, sommigen over het ingenieursvak. Ik heb verder geen pretenties. Ik draag nog steeds graag gedichtjes voor als ik onder vrienden en familie ben, en dan wordt er altijd flink gelachen. Een leven zonder humor is ondenkbaar.