4 Spoor

basic

De IJzeren rails in ‘den Oost’ door Fabian de Bont

De opening van Nederlands-Indië

v.025-treinindie

Eén van grootste negentiende-eeuwse veranderingen in het Hollandse landschap wordt veroorzaakt door de komst van de trein. Het spoor brengt in ons land versnelling in het transport dat tot die tijd via wegen, kanalen en rivieren ging. In Nederlands-Indië is het effect heel anders. Daar zijn geen kanalen, de landwegen zijn gevaarlijk en rivieren nauwelijks bevaarbaar. De spoorweg brengt verlichting.

Op internationaal gebied wordt de IJzeren Eeuw gekenmerkt door het Imperialisme - het be-heersen van inheemse gebieden voor economische, maar ook politieke en culturele doeleinden. De Europese mogendheden willen hun ‘verlichte idealen’ overbrengen naar de rest van de wereld. Na 1870 komt de race om gebiedsuitbreiding in de koloniën in een stroomversnelling. Groot-Brittannië neemt de leiding en Frankrijk volgt op de voet. In hun kielzog breiden ook Spanje, Italië en Portugal hun koloniale rijk uit. De Duitsers, die zich in 1871 onder Bismarck hebben verenigd, mengen zich ook in de klopjacht op de wingewesten. Op de Kolonia-le Conferentie van Berlijn in 1884 wordt de ‘Scramble for Africa’ zelfs met potlood en liniaal op de tekentafel beslist.

Landinwaarts

En Nederland dan? Nederland houdt zich buiten deze gehaaste jacht op koloniale gronden. Sterker nog: aanvankelijk verliest het zelfs terrein. Aan het begin van de negentiende eeuw nemen de Engelsen de Kaapkolonie in en veroveren ze Nederlands-Indië. Bij de herverdeling van Europa na Napoleons puinhopen in 1814 wordt men het erover eens dat het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden een sterke speler moet worden – een bufferstaat om de Fransen en de Pruisen in bedwang te houden. De Britten besluiten daarom de Indische archipel terug te geven aan de Nederlanders.

Zo krijgt Nederland een bijzondere ambitie: imperialist zijn in eigen kolonie. Voorheen werd Nederlands-Indië door de Verenigde Oost-Indische Compagnie minimaal bestuurd – enkel langs de kust waren wat handelsposten. Van daaruit had men contact met de lokale vorsten die veelal heer een meester bleven van de woeste, onbegaanbare binnenlanden. In de negen-tiende eeuw trekt het koloniale bestuur landinwaarts. De Nederlandse Handelmaatschappij – opvolger van de VOC – deelt Indië in 1824 op in provinciën. Ambtenaren nemen het stokje over van de inheemse vorsten om de grondgebieden verder te exploiteren. In 1830 wordt het cultuurstel geïmplementeerd, waarbij de inheemse bevolking twintig procent van hun ver-bouwde gewassen moet afstaan. Rond 1850 is Nederlands-Indië goed voor maar liefst een derde van de Nederlandse schatkist.

Spoornet

De koffie, thee, tabak en het andere koloniale waar moet vervoerd worden naar Nederland. Aanvankelijk gebeurt dat via land- en waterwegen, maar dat gaat moeizaam. Rivieren zijn gevaarlijk door wilde stromingen en de wegen zijn slecht begaanbaar.Tijdens regenbuien ver-anderen ze in één grote modderpoel. Een goed geregeld spoornet, realiseren de Nederlanders zich al snel, is onmisbaar. Toch is het pas in de jaren ‘60 van de negentiende eeuw dat er een spoornet wordt aangelegd. Onder de Nederlandse bestuurders bestaat aanvankelijk de nodige scepsis. Een treinnet kost geld, en dat gaat ten koste van de koloniale winsten. Uitein-delijk wordt er een commissie aangesteld die uit moet zoeken wat de voordelen van een spoorlijn kunnen zijn.

Van niet minder gewigt uit een politiek en kommerciëel oogpunt dan de lijn Samarang-Vorstenlanden, beschouwen wij den aanleg van een spoorweg van de hoofdstad van Nederland's Indië, de zetel onzer heerschappij, door de vruchtbare vlakten van Krawang naar de Preanger-regentschappen: lijn Batavia-Bandong. De rijke produktie dier streken is te wel bekend, dan dat wij daarover zouden behoeven uit te weiden; daarbij voegt zich een zeer levendig handels- en personenverkeer, zoodat de hoeveelheid goederen, waarvan het transport aan deze lijn is verzekerd, reeds een gunstig resultaat voor hare exploitatie waarborgt.

Verslag der Kommissie uit het Indisch Genootschap voor een onderzoek naar de wij-ze, waarop Spoorwegen op Java kunnen worden aangelegd, 1862
p.3218 Locomotief van de NISM (Nederlandsch Indische Spoorweg Maatschapp...

Locomotief van de NISM (Nederlandsch Indische Spoorweg Maatschappij)

Bron: fotograaf onbekend, Circa 1880

Een jaar later is het zo ver. De Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij ziet het levenslicht. De gouverneur-generaal Sloet van de Beele legt op 17 juni de eerste steen voor het station Kemijen op Java. Het is een succes. De spoorlijn – maar liefst 26 kilometer lang – wordt in de jaren ’70 al uitgebreid met zo’n 200 kilometer. Ook de andere Indische eilanden blijven niet achter.

Verkorting van afstanden, versnelde middelen van gemeenschap, vlug, goedkoop en zeker vervoer is de leuze van de handelswereld onzes tijds. Zij is het in Europa en in Amerika; zij is het in Indië en in Australië. Het wachtwoord ‘time is money’ klinkt bijna als een versleten gemeenplaats in onze europesche ooren, en wij zijn geneigd den verouderden enthousiast, die met noodelooze welsprekendheid de waarheid er van wil betoogen, met een medelijdenden glimlach te antwoorden: ‘Knowledge is power.’ - Maar welk een afstand scheidt nog dikwijls de overtuiging van de toepassing!

Verslag der Kommissie uit het Indisch Genootschap voor een onderzoek naar de wij-ze, waarop Spoorwegen op Java kunnen worden aangelegd, 1862
p.onbekend--spoorbrug-te-blang-me

De 2e spoorbrug te Blang Mé die in 1904 gereed kwam. In 1926 werd deze brug weggeslagen.

Bron: Wiki Commons

In 1883 wordt de Deli Spoorweg Maatschappij opgericht, die het treinnet van Sumatra voor haar rekening neemt. De lijn die zeven jaar eerder is aangelegd, werd vooral gebruikt voor de Atjeh-oorlog. Opvallend hierbij is dat de eerste directeur Jacob Cremer – later ook bekend als minister van Koloniën – niet het doel heeft om winst te maken, maar vooral vervoersgelegen-heid voor personen wilt bieden. De DSM maakt overigens wel winst op koloniale goederen, maar het aandeel daarvan in het totale vervoer blijft vrij klein. Slechts 15% bestaat uit het vervoer van de tabak, waar Sumatra bekend om staat. Het spoornet in Sumatra beslaat op het hoogtepunt zo’n 500 kilometer aan rails.

Uiteindelijk rijden er treinen rijden op Java, Sumatra en Celebes. In het begin zijn er veel ver-schillende maatschappijen, die vertrekken met kleine treintjes en noemen zich trammaatschappij – zoals de Atjeh Tram. Pas na de onafhankelijkheid, als Nederlands-Indië Indonesië wordt, worden al die kleine maatschappijtjes samengevoegd tot één grote.

Meer over Nederlands-Indië in aflevering 12 van De IJzeren Eeuw: ‘Ten oorlog!’. Vanaf vrijdag 19 juni 2015 te zien om 21.05 uur op NPO 2 of op www.npogeschiedenis.nl/ijzereneeuw