4 Spoor

inlay

Enschede anno 1870 door Hans ten Brummelhuis

Eindelijk een stad met een spoorverbinding

p.tw---Enschede-ca-1870

Lithografie Enschede ca. 1870

Bron: Museum Twentse Welle

De infrastructuur in Twente laat halverwege de 19e eeuw veel te wensen over. Het klimaat bepaalt in hoge mate de begaanbaarheid van de vele aanwezige waterwegen. Overstromingen vinden het hele jaar door plaats. ’s Winters wordt het vervoer beperkt door bevriezing van het water. De gebrekkige en vaak onverharde zandpaden laten evenmin zwaar vrachtverkeer toe. De prijs van het vervoer van een lading kolen uit Duitsland is dan ook vele malen hoger dan de prijs van de lading zelf. Het is niet verwonderlijk dat Gelderse en Twentse ondernemers van alles proberen om hun stad op een spoorlijn aan te sluiten.

In vogelperspectief

Op de lithografie in vogelperspectief, die te zien is in de expositie van Museum TwentseWelle, wordt een overzicht gegeven van de stad Enschede in 1870. Het karakteristiek eivormige middeleeuwse centrum is te zien in het midden van de tekening. Verder vullen schoorstenen van de vele textielfabrieken de horizon, die na de stadsbrand van 1869 in en rondom de stad gebouwd waren. De later berucht geworden Enschedese arbeiderswijk “de Krim”, gebouwd in 1866, ligt ten zuiden van het centrum en is te herkennen aan de rijtjeswoningen op de onderste helft van de tekening. Een andere wijk, Sebastopol, ligt als rechte lijn in het oosten. Beide zijn indertijd in solidariteit vernoemd naar, en nog altijd actueel, oude oorlogsgebieden in Rusland.

Op de bovenste helft van de tekening is de spoorlijn vanuit Hengelo richting Duitse grens zichtbaar. De lijn wordt strategisch geplaatst in de nabijheid van vòòr de stadsbrand al bestaande fabrieken. Hier is nog veel ruimte voor uitbreiding . De spoorverbinding wordt grotendeels op een spoortalud van zand gebouwd om de hoogte verschillen richting Duitse grens te compenseren. Het station van 1866 komt hierdoor op een verhoging buiten de stadskern te liggen. Dit is uiterst links nog net zichtbaar.

p.tw---OKT.PR0448---Enschede

Spoorlijn langs fabrieken in Enschede

Bron: Museum Twentse Welle

Voordat het spoor in Enschede kwam zijn Twentse fabrikanten al geruime tijd bezig met plannen voor een treinverbinding. In 1837 al bestond het plan voor het aanleggen van een spoorlijn naar de kolenmijnen van Ibbenbüren in Westfalen, om het vervoer van Duitse kolen naar de eerste stoomfabrieken te organiseren. Het plan komt uiteindelijk niet tot uitvoering. In de Duitse gebieden, vlak over de grens, worden in de jaren veertig en vijftig van de 19e eeuw door de Duitsers eigen spoorlijnen aangelegd. Als in 1856 Ibbenbüren per spoorlijn aangesloten wordt op de stad Rheine, wordt met vernieuwd elan gedacht aan een spoorwegverbinding met Rheine lopend over Enschede. De “Nederlandsch-Hannoversche Spoorwegmaatschappij” zoekt hiervoor investeerders via de Enschedesche Courant. Helaas heeft de Duitse regering geen behoefte aan een internationale samenwerking.

Uitbreiding

In 1860 gaat de Nederlandse Staat over tot het gunnen van meer spoorlijnen in Nederland. In 1862 wordt een lijn vanaf Almelo via Hengelo en Oldenzaal aangelegd naar Salzbergen in Duitsland. Deze verbinding is specifiek bestemd voor kolen voor de textielfabrieken en niet voor reizigersvervoer. Oprichters van de “NV Spoorwegmaatschappij Almelo” zijn de textielfabrikanten H.P. Gelderman en C.T. Stork (beiden uit Oldenzaal) en G. Salomonson Hzn. (uit Almelo).

Mede door de stadsbrand wordt eindelijk een concessie vergeven om de economie van Enschede er sneller bovenop te helpen. Tijdens de bouwwerkzaamheden van de lijn Hengelo-Enschede wordt in 1864 trots een “locomotieffeest” gehouden. De werklocomotief die de ‘Enschede’ is gedoopt trekt een aantal zandwagons voort. Daarna wordt er feest gevierd in de Groote Sociëteit van Enschede.

Als het tij verloopt, verzet dan ook de bakens, en geef de bevolking daar dan ook eene flinke spoorwegverbinding met geheel Nederland, nu het blijkt dat de geest van den tijd dat vordert, en de oude waterwegen ontoereikende zijn voor onze dagen van stoom. Dan Noord Braband en Twenthe - zijn er twee provinciën in ons land waar de nijverheid zulke reuzenstappen in weinige jaren gedaan heeft?

B.P.G. van Diggelen, Ingenieur van 's Rijks Waterstaat in 1849

De lijn Zutphen-Hengelo wordt in 1865 geopend. Hiermee wordt Twente voor het eerst bereikbaar vanuit de rest van het land. Station Hengelo is het eindstation van de lijn. Reizigers voor Enschede worden per diligence verder vervoerd. Een jaar later kan eindelijk de eerste spoorverbinding van Enschede worden opengesteld met een eigen station. In 1868 wordt de Duitse grens bereikt. Daar blijft het voorlopig bij. Later zou een nieuwe route worden gevonden via een zuidelijk route naar de Duitse stad Ahaus. In 1875 werkt men hiervoor samen met de regering van Westfalen.

Waar een wil is, is een weg. Na de bijna allesverwoestende stadsbrand van 1869 is Enschede eindelijk aangesloten op de rest van Europa. Met het bekroonde diorama ‘Versnelling’ in het museum wordt met beeld en geluid de ontsluiting van het Nederlands platteland getoond. Meer informatie op: www.twentsewelle.nl