4 Spoor

interview

Lodewijk Pincoffs: “Alles voor Rotterdam!” door Fabian de Bont

Voormalig havenbaron over zijn glorietijd in de Maasstad

p.500 ---HQ - Lodewijk Pincoffs SFA003004923

Lodewijk Pincoffs op 80-jarige leeftijd in New York, 1907

Bron: Roterdams archief

We leven 1907. Nog geen dertig jaar geleden was hij de machtigste man van Rotterdam. Met zijn visionaire ondernemersgeest stuwde hij het kleine Maasstadje op in de vaart der volkeren. Totdat hij in 1879 op de vlucht slaat naar de Verenigde Staten. Lodewijk Pincoffs heeft zich financieel vertild aan de bouw van de nieuwe haven wat leidt tot het grootste fraudeschandaal uit de Nederlandse geschiedenis. De redactie van De IJzeren Eeuw scheept in op de Holland Amerika-lijn naar het New York van 1907 en kijkt samen met de inmiddels tachtigjarige Pincoffs terug op zijn bewogen leven. We treffen hem op zijn kantoor in Manhattan.

Mijnheer Pincoffs, wat ziet u er nog kwiek uit - zo op uw tachtigste!

Dank u, dat is zeer vriendelijk. Maar ik moet wel. Hier in de Nieuwe Wereld kan ik niet op mijn lauweren rusten. Het is hard werken. Samen met mijn zoon Piet heb ik een handeltje in sigaren en wijn. En zolang mijn lichaam goed werkt, blijf ik dat doen. Ach, ik mis geen dag op kantoor en al zijn de zaken zo klein en minder groots als vroeger in Nederland, ik verlies de moed niet.

U was een belangrijke man voor de stad Rotterdam. Krijgt u de erkenning die u verdient?

Ach, mensen vergeten snel dat ik veel goede dingen voor de stad heb gedaan. Zo heb ik zeventien jaar in de gemeenteraad gezeten en kort zelfs in de provinciale staten. Ik was zelfs het eerste Joodse Eerste Kamerlid. Alles voor Rotterdam! Zo heb ik spoorlijnen aangelegd, de vaarweg naar zee uitgebreid. Ik had sleutelposities in de Kamer van Koophandel, de Yachtclub, zelfs de Inrichting tot Wering der bedelarij van kinderen en Joodse liefdadigheid behoorde tot mijn terrein. Welja, ik ben zelfs meerdere malen gevraagd als minister van Financiën.

Hij sprak altijd met kennis van zaken, dat hij de onderwerpen die in behandeling kwamen volkomen meester was, dat hij vaak, bij afwijzing, de discussien wist te leiden in het rechte spoor. Toen ik in 1869 tot lid van den raad was gekozen trof ik daar Pincoffs in al zijn grootheid; zijn invloed deed zich gevoelen naar binnen en naar buiten. Al wat in Rotterdam was tot stand gebracht, droeg het merk van zijn hand. Wat mij vooral tot hem aantrok was zijn onverstoorbaar optimisme, zijn geloof in de toekomst onzer stad.

Gemeenteraadslid Hudig over Pincoffs

Maar nooit aangenomen?

Nee, ik ken mijn kwaliteiten. Wellicht ben ik een goede redenaar, maar ik ben geen politicus pur sang. Uiteindelijk blijf ik een échte ondernemer die zaken wilt doen. Die ministerpost had ik nooit kunnen aannemen.

v.026-pincofsfragment

Wat waren uw grootste wapenfeiten als ondernemer? – naast de RHV natuurlijk

Dat was natuurlijk de Afrikaanse Handelsmaatschappij. Samen met mijn zwager Henry Kerdijk gingen we in 1856 een groot avontuur tegemoet. We handelden in palmolie, ivoor, koffie, buskruit en vele andere snuisterijen. Verder was ik betrokken bij de NASM – de latere Holland Amerika-lijn, de eerste HBS en ambachtsschool, het Rotterdamsch Nieuwsblad en de Heineken-brouwerij. Samen met mijn werk voor de Rotterdamsche Haven vereniging was ik dus een aardig druk baasje – zoals u ziet.

Dat is al bij al toch een hele waslijst. Verwacht u nog een standbeeld in Rotterdam?

Haha, het oprichten van een monument, of een andere dergelijke eer verwacht ik niet meer hoor. Er is te veel gebeurd. Als het goed gaat met Rotterdam, gaat het goed met mij. Ik verlang geen dank.

Denkt u daar nog vaak aan, uw tijd in Rotterdam?

Jazeker. Nu mijn vrouw is overleden, denk ik zelfs aan niets anders. Gedachten aan de Maasstad maken mij altijd wat weemoedig - ik voel mij hier een banneling, als Napoleon op Sint Helena. Gelukkig heb ik nog een aantal vrienden in Nederland, die mij geregeld fotografieën en kopieën van de Rotterdamsche bladen sturen. Zo heb ik een goede indruk van de vooruitgang van onze haven. Mijn hart vervult zich van blijdschap als ik zie wat voor rassen schreden Rotterdam maakt.

p.501 - HQ - RI-68-1 Stadsarchief Rotterdam.jpg

Schilderij vogelvluchtbeeld Rotterdam (basis stadsdriehoek), 1855

Bron: Stadsarchief Rotterdam

Maar dan heeft u zeker ook de spotprenten over u in de krant gezien…

Ik weet hoe men over mij denkt. En eigenlijk is dat mij om het even. Mijn vrienden hebben de ergste tekeningen uit de krant gehaald, voordat ze hem naar mij stuurden. Ik heb er wel een paar gezien, inderdaad. Maar ja, ik mag niet veel klagen. Als dat de prijs is die ik moet betalen - Weet u… eigenlijk had ik acht jaar moeten brommen. Gelukkig heb ik toen net op tijd de boot naar New York genomen.

Een vlucht, die wel erg goed was gepland…

Tja, ik had geen andere keus… Het was over. Ik heb nog zo lang mogelijk geprobeerd de touwtjes in handen te houden, maar mijn goede vriend Marten Mees vond het maar niks. Hij stapte naar de medecommissarissen van de Rotterdamsche Handels Vereniging - die ikzelf nota bene heb opgericht. Ja, toen was er geen redden meer aan. Amerika heeft geen uitleveringsverdrag met Nederland, dus ik wist het wel. Het is misschien wat laf, maar wat moest ik anders? Marten begreep het sowieso niet helemaal…

Hij was een egoïst, maar had tegelijkertijd alles voor anderen over. Waar hij kon hielp hij met opoffering van moeite en geld

Bankier Marten Mees over Pincoffs na diens vlucht naar Amerika in 1879
p.556 - HQ - M-1602 Stadsarchief Rotterdam

Marten Mees

Bron: Stadsarchief Rotterdam

Wat begreep hij niet?

Nu ja, aan de ene kant hij had natuurlijk wel gelijk. Ik had er een rommeltje van gemaakt. Mijn plannen voor de haven van Rotterdam waren iets duurder uitgevallen dan ingeschat. Ik begon het gat in de begroting te dekken met geld uit mijn andere ondernemingen. Toen dat gat te groot werd, was het te laat... Maar ja, Rotterdam moest vooruit komen. Zonder haven op het eiland Feijenoord, was het nooit gelukt…

Een zeer vooruitstrevend idee overigens.

En ik was de enige die het aandurfde. Ik heb burgemeester Joost van Vollenhoven persoonlijk overtuigd dat dit de enige manier is om Rotterdam uit het slop te trekken. En het werkte. Dat wordt vaak vergeten als men mij belachelijk maakt.

U geeft de makers van die spotprenten dus ongelijk?

Eerlijk gezegd, maar dat had ik al toen ik in de gemeenteraad pleitte voor de lening om Feijenoord te bekostigen, kan het mij niet schelen hoe impopulair ik ben of blijf. Mijn werk voor het algemeen belang van de Rotterdamse vooruitgang is belangrijker dan hoe men over mij denkt. Daar haal ik mijn voldoening uit. En als daar een leugentje voor nodig is… soms is een mislukking nodig om vooruit te komen.

…dat is een creatieve benadering van ‘Nederlands grootste fraudeur aller tijden’

Zeg, wat probeert u mij zwart te maken, zo op mijn oude dag? Ik dacht dat wij een gezellig praatje over mijn tijd in Rotterdam zouden maken…Sorry maar hier wil ik niet aan mee doen. Dit interview is nu over.

Meer over Lodewijk Pincoffs en Rotterdam in aflevering 6 van De IJzeren Eeuw: ‘Het geheim van Rotterdam!’. Vanaf vrijdag 8 mei 2015 te zien om 21.05 uur op NPO 2 of op www.npogeschiedenis.nl/ijzereneeuw