6 Stad

basic

De Elfstedentocht in de IJzeren Eeuw door Jurryt van den Vooren

Op 20 december 1890 schaatste Pim Mulier op één dag langs de elf Friese steden. Hiermee blies hij een eeuwenoude schaatstraditie nieuw leven in.

p.fm2---Friese-IJswegencentrale

De Provincie Friesland begon in 2009 een campagne om de elf Friese steden op de Unesco Werelderfgoedlijst te krijgen. ‘De Friese Elf Steden zijn een begrip in binnen- en buitenland,’ opende de glanzende brochure. ‘Zoals Fryslân is, zoals de Elf Steden zijn,’ voegde J.A. Jorritsma hier aan toe als commissaris van de Koning.

Eén van de grote bijzonderheden is dat de Friese steden via water met elkaar zijn verbonden – en in winterse omstandigheden via het ijs. Die verbondenheid bracht handel, bestuurlijke eenheid én de Elfstedentocht. ‘Vrijheid in verbondenheid,’ vatte de provincie het samen in 2009. ‘Dat is het erfgoed dat Friesland de wereld aanbiedt. Het symbool daarvan zijn de Friese Elf Steden met hun cultureel erfgoed van meer dan 1800 monumenten.’

Elfstedentocht

Het is natuurlijk vooral de Elfstedentocht waardoor heel veel mensen buiten Friesland weten van het bestaan van die steden en dat die via het water zijn verbonden. Meldingen van op de schaats gereden Elfstedentochten gaan terug tot de achttiende en negentiende eeuw, maar toen werd deze monsterrit nog op individuele basis geschaatst: op “eigen houtjes”. In onze tijd is de tocht een uniek massaverschijnsel geworden, die, ijs en weder dienende, door een speciale vereniging wordt georganiseerd. De snelste rijder die dag is per ommegaande een nationale held.   De traditie van de Elfstedentocht in de geschreven bronnen gaat terug tot 1749. Volksdichter Boelardus Augustinus van Boelens, die zich verschool achter het pseudoniem B. Bornius Alvaarsma, publiceerde toen zijn dichtbundel De winter in drie zangen. Op pagina 78 en 79 schreef hij: ‘’t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden, en nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, te Bolsward in den stal, bij Vetlap van den Hoek.’   In de 19e eeuw kwamen er steeds meer meldingen. De Leeuwarder Courant bijvoorbeeld schreef in 1847 dat drie jaar eerder vier schaatsers langs de elf Friese steden waren gereden. In 1848 meldde de Amsterdamsche Courant dat opnieuw twee Friezen hierin waren geslaagd: Douwe Haantjes Joustra uit Baard en Klaas Simons de Jong uit Huins.

Twaalfstedentocht

p.rijks---schaatsers---RP-P-1888-A-14064

Schaatsers in een Hollands landschap, 1887

Elias Stark. Bron: Rijksmuseum

Zo’n monstertocht op het ijs is overigens niet een exclusief Fries verschijnsel. Op 19 december 1676 reden Claes Ariszoon Caeskoper, Maijndert Arent, Jakop Blau en Jakop Buur langs twààlf steden in Noord-Holland: Haarlem, Amsterdam, Weesp, Naarden, Muiden, Monnickendam, Edam, Purmerend, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Alkmaar en opnieuw Haarlem.  Deze mannen legden zo op één dag 320 kilometer af onder uiterst barre omstandigheden. Caeskoper hield hierover een uitvoerig dagboek bij, waardoor we dit nu nog weten.   Deze gruweltocht is zo extreem dat die maar één keer is herhaald: in 1822 door Klaas en Willem Oostindie. Niet alleen vanwege de enorme afstand, maar ook omdat er nog meer vorst nodig is dan voor een reguliere Elfstedentocht. Het is een logische verklaring waarom de Twaalfstedentocht nooit zo beroemd is geworden als zijn Friese tegenhanger.

Pim Mulier

Dat de Elfstedentocht in onze tijd door de Provincie Friesland wordt gebruikt om op de Unesco Werelderfgoedlijst te komen, is voor een groot deel te danken aan sportpionier Pim Mulier. Aan het einde van de “IJzeren Eeuw” zorgde hij er persoonlijk voor dat dit schaatsevenement de overstap maakte van een individuele prestatie naar een massaverschijnsel. Op 20 december 1890 reed hij namelijk de beroemdste Elfstedentocht van de 19e eeuw, beroemd geworden vanwege Mulier’s prachtige beschrijving ervan in zijn boek “Wintersport” (1893).  omdat hij hier uitvoerig over schreef in zijn boek ‘Wintersport’. Een groter publiek, vooral buiten Friesland, maakte zo kennis met deze provinciale folklore.

De lust om dezen tocht eens te ondernemen, had mij reeds lang geplaagd en op 20 December vroegtijdig in hotel Weidema te kooi gaande, werd ik den volgenden morgen te 6 uur door den kellner gewekt; liet mij rug en beenen stevig met arnica inwrijven, stak mij in tricot en bijbehooren, en deed, om niet te veel opzien te verwekken over mijn trui een vest aan.

Pim Mulier

Om 7 uur in de ochtend stapte Mulier in Leeuwarden op het ijs voor zijn tocht, die hij deels met een gids zou rijden. Er stonden tenslotte geen duizenden toeschouwers langs de route om hem de goede weg te wijzen. Per stad vroeg Mulier om een krabbeltje bij een herberg of een station om te bewijzen dat hij het allemaal eerlijk had gedaan. Na precies 12 uur en 55 minuten was hij weer in Leeuwarden. ‘Zelden heb ik zoo'n prettigen dag gehad,’ sloot Mulier zijn verhaal af – een klassieker in de Nederlandse sportteksten. Zijn tijd van een kleine dertien uur werd beschouwd als een nieuw record.

In 1908 schreef Mulier alle provincies aan of zij in staat waren om bij vorst een schaatstocht van zo’n 200 kilometer te organiseren. Achterliggend idee van Mulier was om wat toen de “volksweerbaarheid” heette te verbeteren. Door sport, zo dacht Mulier terecht, verbetert de conditie van de bevolking, en zullen ook de soldaten zich in tijden van oorlog beter kunnen verdedigen. Omdat de Friesche IJsbond als eerste reageerde, werd de Elfstedentocht de door Mulier gewenste reguliere toertocht over 200 kilometer. Grappig is te bedenken dat voor hetzelfde geld Gelderland of Groningen met de eer waren gaan strijken, waardoor niemand ooit van de Elfstedentocht zou hebben gehoord!

p.fm---Friese-IJswegencentrale

Kaart van Friesland met daarop aangegeven de ijswegen, 1923

Bron: Fries Scheepvaart Museum Sneek

Voor de eerste tocht van 1909, waar ook een wedstrijd aan verbonden was, ontwierp Mulier zelf de medaille: in de vorm van het Maltezer kruis, met in het midden een cirkelvorm. Het is in onze tijd één van de meest begeerde trofeeën onder sporters. Iemand die een Elfstedentocht schaatst, is in ons land een held – winnaar of niet, en hij kan zijn portret zelfs in een tegel laten vereeuwigen op het zogenaamde Elfstedenbruggetje over de Murk.

Tot nu toe is de Elfstedentocht helaas een verschijnsel uit de twintigste eeuw gebleven met de laatste editie tot nu toe in 1997. Het is nog steeds wachten tot we ook in onze eeuw kunnen overdoen wat Mulier deed in de IJzeren Eeuw: op één dag alle elf steden van Friesland aandoen op de schaats.