6 Stad

basic

De onzichtbare revolutie door Fabian de Bont

Vier sleutelmomenten die de stad ‘geleidend’ maakten

p.rijks---tram-dam---RP-F-F17905

Paardentrams op de Dam in Amsterdam, ca. 1872 - 1898

Bron: Rijksmuseum

In de negentiende eeuw transformeert de Nederlandse stad van een chaotisch Middeleeuws zooitje naar een modern, organisch geheel. Steden met rechte, goed aangelegde wegen, stenen huizen en een geordend stratenplan. Toch vindt de grootste verandering plaats onder het straatoppervlak: de aanleg van gasleidingen, hier en daar wat rioleringen en kleine pijpen. De eerste tekenen van weldra machtige onderaardse infrastructuren. Een terugblik op vier sleutelmomenten die de stad ‘geleidend’ zouden maken.

De opkomst van het gewield voertuig


Van oorsprong gaat het vervoer in Nederland over water. Met de trekschuit en bootjes verplaatst de bevolking zich van de ene naar de andere plek. Ook in Amsterdam, dat een enorme grachtengordel heeft, gaat het vervoer over het water. Maar als de toestand van de straten halverwege de negentiende eeuw verbetert, verandert dat. Het nieuwe, harde wegdek zorgt voor de opkomst van het wegverkeer. Rond 1850 is dat in Amsterdam goed te merken.

Ongelukkig heeft men niet willen begrijpen, dat onze stad, evenmin als Venetiën, gebouwd is voor hen, die per fors rijden willen. De waterwegen, waarvan men zich oudtijds bijvoorkeur bediende, zijn in onbruik geraakt, zoverre het den vervoer van personen geldt, en in plaats der jachten en tentschuiten, die vroeger zonder gerucht over het water gleden, snorren thanks koetsen, glazenkasten en omnibussen over de straten

Schrijver Jacob van Lennep, 1857

Doordat het rijden het langzaam van het varen wint, raakt de walkant van de straat in verval. Het onderhoud was altijd - net als bij de straatkant - de taak van de aanliggende huis- of booteigenaar. Maar nu die laatste groep steeds kleiner wordt, raakt de walkant in onbruik. Rond het midden van de negentiende eeuw vervallen bij arrest van de Hoge Raad de eigendomsrechten van de wallen, waardoor het openbaar domein wordt. Deze duidelijkheid is een belangrijke voorwaarde voor - jawel - het aanleggen van gasleidingen en rioleringen.

p.rijks---tram-waterkant---RP-F-1999-200

Paardentram aan de waterkant, ca. 1900

Bron: Rijksmuseum

Van ‘Wanden’ naar Riolen

v.036 - poep

Vuil, ziekte en dood waren de grootste problemen in de negentiende eeuwse stad. Het is dan ook geen geheim meer dat ziektes worden doorgegeven via dampen, uitwasemingen, vochtige luchtstromen en het water - en dan vooral via uitwerpselen. De zindelijkheid van de stad is van hoge mate afhankelijk van waterstromen op en onder het grondoppervlak. De vieze stoffen moeten gescheiden worden.

Eerst gebeurt dat met zogenaamde ‘beerputten’. Uitwerpselen worden verzameld in een grote put, waarna een boer de mest ophaalt voor zijn land. Natuurlijk is dit niet hygiënisch genoeg. Pas na 1850 komt er een systematische afvoer van vuil door middel van water op gang. In Groningen worden rond die tijd ‘wanden’ tussen de huizen gemaakt waardoor het vuil naar beneden kan stromen om tenslotte in een gracht uit te komen. Het eerste riool is een feit. Ze lijken in de verste verte niet op de gesloten buizen die er later zouden komen, maar een eerste aanzet is gemaakt.

p.uu---sterfatlas-utrecht

Sterfatlas Utrecht

Bron: Universiteit Utrecht

De Sterfteatlas


Langzaam maar zeker dringt het besef door dat technici ingezet moeten worden om het vuilprobleem in de stad op te lossen. Een bijzonder initiatief is daarbij ‘De Sterfteatlas van Nederland. Verzameling van kaarten, voorstellende den staat der bevolking, der geboorten en der overledenen in elke gemeente des Rijks’ uit 1866, waarbij het Koninklijke Instituut van Ingenieurs (1847) en de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (1849) de handen ineenslaan om een gezondheid begrijpelijk te maken in geografische en topografische ruimtelijke termen.

Die combinatie van techniek en geneeskunst blijkt een gouden vondst. Het is een grote doorbraak - beerputten worden verbeterd en sanitaire voorzieningen worden uitgebreid. De belangrijkste oplossing in de waterproblematiek is de massaproductie van ijzeren buizen, die door een nieuw soort metaal, ondoordringbaar is voor ondergrondse smetstoffen. De tweede: een nieuwe stoomtechniek die vers water van verre plekken stad inwaarts kan pompen. Op die manier worden onder meer Rotterdam, Amsterdam en Utrecht voorzien van schoon drinkwater. Andere steden zouden spoedig volgen.

Ik dacht er brand was, zoo lichtede de stad

Franeker boer nadat alle gaslantaarns in 1845 voor de eerste keer hadden gebrand

Konings’ Gaslicht

p.dbn---lint011gesc03ill46

De fabricage van steenkoolgaslicht begint, ca. 1890

Arbeiders van de Gemeentelijke Gasfabriek van Rotterdam laden de retorten van de gasoven met steenkool. Bron: DBNL

Naast water- en rioolleidingen komen er ook gasleidingen voor onder andere straatverlichting. Natuurlijk was er al sinds de zeventiende eeuw straatverlichting, maar deze was minimaal. Het ging vaak om olielampen die door middel van spiegels werden versterkt en daardoor voor vele stadsbranden zorgden. Rond 1815 ontwikkelt predikant Bernard Koning een manier om lichtgas uit steenkool te produceren - zelfs een betere manier dan de Engelsen dat deden. In 1817 werd hij zelfs als adviseur om onder Willem I naar Engels voorbeeld een gasnet te ontwikkelen.

In 1824 wordt de Nederlandse Gaz-Compagnie opgericht, maar pas in 1840 wordt er een proef voor gaslantaarns op straat genomen. Het blijkt een succes. Er wordt een net aangelegd niet alleen voor verlichting, maar ook voor gas thuis. Via een pijpleiding komt gaslicht of steenkolengas bij de mensen thuis - langzaam worden de huizen van binnen met gas verlicht. En aangesloten op het drinkwaternet en fatsoenlijke riolen. Deze onzichtbare revolutie werpt aan het einde van de negentiende eeuw haar vruchten af: de stad wordt langzaam ‘geleidend’.

De pionier op het gebied van onderzoek naar de ruimtelijke orde van Nederland in de 19e eeuw is Auke van der Woud. Dit stuk is dan ook gebaseerd op zijn werk ‘Het lege land, De ruimtelijke orde van Nederland’.

Meer over de grote schoonmaak van Amsterdam in aflevering 7 van De IJzeren Eeuw: ‘Amsterdam, een kolerestad’. Vanaf vrijdag 15 mei 2015 te zien om 21.05 uur op NPO 2 of op www.npogeschiedenis.nl/ijzereneeuw