6 Stad

inlay

Twee plattegronden van Enschede: 1862 en eind jaren ’20 door Hans ten Brummelhuis

Vanaf het eerste stadsrecht verkregen in 1325 heeft Enschede zich als een landelijke, tussen uitgestrekte heidevelden gelegen, versterkte stad weten uit te breiden tot een industrieel bolwerk aan het eind van de 19e eeuw.

p.tw--ALT-plattegrond-Enschede-(1)

De plattegrond in grijstinten is gemaakt naar aanleiding van de stadsbrand van 1862 die de stad in mei verwoestte, kort na het bezoek van Koning Willem III. De kaart werd verkocht om geld voor de getroffenen in te zamelen. De andere gekleurde plattegrond laat Enschede zien als een stad, die ruim een halve eeuw daarna een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt.

p.tw---plattegrond-Enschede---1862---K86(2)

Plattegrond 1

Bron: Twentse Welle

Plattegrond 1

Op deze oudste plattegrond is goed te zien dat het stadshart van Enschede een ovaalronde vorm heeft met een buitenring die gevormd wordt door de voormalige stadswallen Noorder- en Zuiderhagen. Ook opvallend is de zeshoekige vorm van de relatief kleine stadsgemeente begrensd door de veel grotere landelijk ingerichte gemeente van Lonneker. Tot aan de grenswijziging met een deel van het dorp Lonneker in 1884 zou dit een beperkende factor vormen voor de groei van de stad.

Noodgedwongen bouwden de ondernemers hun nieuwe fabrieken in Lonneker, waardoor Enschede belastingopbrengsten misliep. Enschede was niet de enige Twentse stad die het moest doen met een te klein grondgebied voor industriële groei. Ook Almelo, waar textielondernemingen zoals ten Cate en Scholten groot werden, werd hierdoor getroffen.

Deze plattegrond bevat een tweedeling ten aanzien van de gebouwen. Enerzijds, in licht grijs aangegeven, het zeer grote aantal afgebrande gebouwen en anderzijds het kleine resterende deel van de stad dat gespaard was gebleven. Met name delen buiten de middeleeuwse stadswallen bleven gevrijwaard van schade. Hier zou men “de draad” van de textielindustrie weer snel kunnen oppakken maar de katoenschaarste, veroorzaakt door de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), zou dit frustreren.

Prominent op de kaart vermeld met nummering zijn de oorspronkelijke met stoomkracht aangedreven fabrieken van de stad. De Enschedese Katoenspinnerij was hiervan de eerste en tevens in P.K.’s krachtigste onderneming. De overige fabrieken gingen bijna allemaal, voorzien van een eigen specialisatie, een belangrijke rol spelen in de snelle voortzetting van de groei van de textielindustrie in Enschede. Zij werden in de internationale stoffenwereld belangrijke leveranciers zoals Van Heek & Co., Schuttersveld, Jannink, de Nijverheid, Blijdenstein & Co. en Ter Kuile.

Plattegrond 2

p.tw---plattegrond-Enschede-(1)

Plattegrond 2

Bron: Twentse Welle

De tweede plattegrond laat Enschede zien binnen de grenzen van 1884. In dat jaar werd de oppervlakte van de stad vertienvoudigd ten koste van Lonneker. Het hele gebied was, zoals uit de kaart naar voren komt, al aardig ingedeeld en Enschede zocht wanhopig naar een verdere uitbreiding van haar grondgebied. In 1934 kreeg de stad haar zin toen de gemeente Lonneker haar zelfstandigheid prijs moest geven en aan Enschede werd toegevoegd.

Duidelijk te zien zijn de vele parken die de stad heeft gekregen sinds 1862. Het belangrijkste was en is nog altijd het Volkspark. In 1874 werd het park aangelegd, na een schenking in 1872 van grond en de benodigde gelden door Hendrik Jan van Heek vanuit zijn testament. Het was het eerste openbare park van Nederland voor alle lagen van de bevolking en het heeft een belangrijke culturele rol gespeeld in de stad. Dit park had duidelijk een andere ontstaansreden en doelgroep dan het iets oudere Vondelpark in Amsterdam. Binnen tien jaar na de opening was in het park een groot gebouwencomplex verrezen, waar belangrijke opera’s, concerten etc. werden opgevoerd. Het park werd door alle bevolkingsgroepen gebruikt. Bier mocht geschonken worden maar in geen geval sterke drank, zo had de stichter bepaald. Ondanks alle industriële ontwikkeling is in latere jaren vanuit de gemeente voortdurend oog gehouden voor behoud van voldoende openbaar groen.

Tot aan de Woningwet in 1901 ging de woningbouw veelal ongecoördineerd. Her en der werd gebouwd door fabrikanten, middenstanders, maar ook door arbeiders. Een eerste vorm van sociale woningbouw werd door wederom Hendrik Jan van Heek gepleegd. Hij liet in 1837 een rij eenvoudige huizen bouwen met een gemeenschappelijk hoofdgebouw bestemd voor samenkomsten. Deze zogenaamde “Langehuizen” lagen indertijd nog in Lonneker! De stad kreeg vanaf 1861 grotere wijken met arbeiderswoningen zoals de Krim, Sebastopol en Hoog en Droog. Maatschappelijk gezien is dit “experiment” slecht afgelopen. Echter, ten opzichte van de steden in het westen van Nederland was de huisvesting in het algemeen in Enschede voor de “werkende stand” goed. Veel nu nog bestaande dubbele woningen met mansarde daken zijn door arbeiders zelf gebouwd middels een hypotheek van hun werkgever. Het eigen woningbezit was hierdoor relatief hoog. Daarnaast had je afdakwoningen die minder comfortabel waren.

Een groot gedeelte van de op de jongere kaart ingetekende straten en bebouwing is van na 1900. De aanleg ervan was echter al in de eeuw daarvoor ingezet onder leiding van burgemeester Edo Bergsma. Hij zou vanaf 1896 Enschede opnieuw gaan inrichten en allerlei innovatieve verbeteringen doorvoeren. Hiervan is op de kaart het meest opvallend de geprojecteerde en deels al uitgevoerde ringweg die in de jaren twintig voor Nederland uniek was.

Meer informatie op: www.twentsewelle.nl